background

OMGEVING

HISTORIE

De Koloniewoningen van de Toekomst worden gebouwd in het gebied van de Maatschappij van Weldadigheid. Hier speelde zich zo’n 200 jaar geleden een sociaal experiment af, dat maatgevend zou blijken voor de ontwikkeling van onze huidige verzorgingsstaat. In 1818 verkeerde ons land in grote armoede. Met name in de steden leefde zo’n 50% van de mensen onder de armoedegrens. Ze bedelden, stalen en legden hun kinderen te vondeling. Generaal Johannes van den Bosch, een vooruitstrevend en sociaal bewogen legerofficier, ontwikkelde het plan om armenkoloniën te stichten op de woeste, Drentse zandgronden. Hij kreeg carte blanche van Koning Willem I. Deze koloniën zouden voorzien in huisvesting, werk, zorg en scholing. Elk gezin dat neerstreek kon rekenen op een woning met een stuk grond dat bewerkt moest worden. Het bouwen van de woningen, het ontginnen van de grond en het aanleggen van een wegen- en afwateringsstelsel gingen snel. De hand van de legerofficier was herkenbaar in het landschap: rechte paden en lanen, doorsneden door afwateringskanaaltjes, huisjes op vaste afstanden van elkaar en facilitaire gebouwen op cruciale punten in de kolonie. Er ontstond een duurzame zelfvoorzienende gemeenschap, die haar bewoners de gelegenheid bood zich te ontworstelen aan de stadse armoede en die een ziekenfonds en leerplicht introduceerde.

Veel van de structuren in landschap en bebouwing zijn nog herkenbaar. Er staan nog oorspronkelijke koloniewoningen en markante gebouwen uit die tijd. Vrijwel allemaal provinciale- of rijksmonumenten. Dat is niet onopgemerkt gebleven. Zo verwierven de dorpskernen Frederiksoord en Wilhelminaoord het predikaat ‘Beschermd Dorpsgezicht’ en werden de koloniën van overheidswege aangemerkt als Belvederegebied. Voorlopige kroon op deze ontwikkelingen vormt de opname op de Nederlandse Voorlopige Lijst Werelderfgoed in 2011. Doel is deze voorlopige status in het jubileumjaar 2018 om te zetten in een plek op de UNESCO Werelderfgoedlijst.